Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1507.HMHUISVESARBEIDSMG-BPV1

Regels

 
Regels
Dit TAM−omgevingsplan is gericht op het tijdelijk wonen in bedrijfsgebouwen bij agrarische bedrijven en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22u) van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Dit hoofdstuk moet als een thematische wijziging gelezen worden. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP−TPOD beschikbaar te stellen.
 
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerde deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22u van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas.
 
1 Algemene bepalingen
 
Artikel 1 Begripsbepalingen
 
1.1 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22u, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.
Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen
 
Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22u gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
 
2.1 TAM-omgevingsplan
Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u Tijdelijk wonen bij agrarische bedrijven 2026 met planidentificatienummer NL.IMRO.1507. HMHUISVESARBEIDSMG-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas.
 
2.2 Omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas.
 
2.3 AAB
Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.
 
2.4 Agrarisch bedrijf
Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat:
  • maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt;
  • mestbewerking en mestverwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.
 
2.5 Bedrijfsgebouw
Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
 
2.6 Bedrijfswoning
Een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen.
 
2.7 Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen, zijnde zijn toegelaten.
 
2.8 Bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
 
2.9 Fysieke veiligheid
De bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door fysieke bedreigingen die ontstaan uit (combinaties van) mechanische, chemische, biologische of fysische gevaren.
 
2.10 Gebruiksvloeroppervlakte (GBO)
De vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen (NEN 2580).
 
2.11 Hoofdvestiging
Gebouwen en gronden die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de geldende functie van een perceel en gelet op die functie in functioneel opzicht de hoofdvestiging van het bedrijf vormen.
 
2.12 Kamerverhuur in een bedrijfsgebouw
Het verhuren van een gedeelte van een bedrijfsgebouw aan één of meerdere éénpersoons- of tweepersoonshuishoudens met afzonderlijke huurcontracten.
 
2.13 Kampeermiddel
Tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, en voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
 
2.14 Multifunctionele buitenruimte
Een multifunctionele buitenruime ingericht voor recreatieve en sociale activiteiten bestemd voor gebruik door personen die een kamer huren.
 
2.15 Nevenvestiging
Een vestiging van een bedrijf die functioneel verbonden is met en ondergeschikt is aan een zich op een ander bouwvlak bevindende hoofdvestiging van een bedrijf.
 
2.16 Nota parkeernormen
De parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld op 3 juli 2019 dan wel, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, de wijziging cq. rechtsopvolger hiervan.
 
2.17 Plattelandswoning
Een voormalige agrarische bedrijfswoning die wordt bewoond door iemand die geen functionele binding heeft met het agrarisch bedrijf, terwijl het agrarische bedrijf nog (deels) in werking is.
 
2.18 Seizoensbehoefte
Het gemiddeld aantal werknemers binnen de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf tijdens het seizoen, niet zijnde de piekbehoefte.
 
2.19 Stacaravan
Een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.
 
2.20 Tijdelijk deel omgevingsplan
Ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen.
 
2.21 Woonoppervlakte
De totale oppervlakte aan woonruimte per persoon in de vorm van woonkamers, slaapkamers, keukens en sanitaire ruimtes, niet zijnde gangen en technische ruimtes.
 
Artikel 3 Toepassingsbereik
 
Lid 1 Verhouding bruidsschat
De regels in afdeling 22.2 en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22u.
 
Lid 2 Algemene voorrangsregel
De regels van het tijdelijk deel omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet, bedoeld in het derde lid blijven onverminderd van toepassing op de locatie als bedoeld in lid 4 van dit artikel, voorzover de regels in dit TAM-omgevingsplan deze regels niet hebben gewijzigd. In geval van strijdigheid prevaleren de regels uit dit TAM-omgevingsplan boven de regels uit het tijdelijk deel omgevingsplan.
 
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in het besluit als bedoeld in artikel 4,6, eerste lid, onder a,b,c,g,h,i, j, k,l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het derde lid.
 
Lid 3 Specifieke voorrangsregels
In afwijking van de voorrangsbepaling in art. 3.1, lid 2 blijven de regels van dit Hoofdstuk 22u buiten toepassing en gelden de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan ter plaatse van:
  1. de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit’, voor zover de activiteit ‘huisvesting van arbeidsmigranten’ in bijlage 1 ‘Overzicht agrarische nevenactiviteiten’ bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1507.HMBUITENGEBIED-BPV1 is vermeld;
  2. de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - activiteit’, voor zover de activiteit ‘huisvesting van arbeidsmigranten’ in bijlage 3 ‘Overzicht activiteiten in wonen’ bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1507.HMBUITENGEBIED-BPV1 is vermeld;
  3. het plangebied van het bestemmingsplan ‘Denenweg 33 Melderslo’, vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1507.BPDenenweg33-BPV1;
  4. de locatie Gun 28 te Swolgen, kadastraal bekend als Meerlo, sectie H, nummer 1053.
  5. de locatie aan De Hees 4, 4a en 6 te Sevenum, kadastraal bekend als Sevenum, sectie G, nummer 2315, 4451,4571 en 4153.
 
Lid 4 Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk 22u zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Tijdelijk wonen bij agrarische bedrijven 2026, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1507.HMHUISVESARBEIDSMG-BPV1.
 
2 Functies en activiteiten
 
Artikel 4 Vergunningplicht kamerverhuur in bedrijfsgebouwen
 
Vergunningplicht gebruik bedrijfsgebouw voor kamerverhuur
 
Lid 1 Vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijfsgebouw te gebruiken voor kamerverhuur.
 
Lid 2 Beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning voor kamerverhuur in een bedrijfsgebouw als bedoeld in lid 1 wordt verleend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. de kamerverhuur is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de hoofdvestiging van een agrarisch bedrijf;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a is kamerverhuur toegestaan ter plaatse van maximaal één nevenvestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf, mits wordt aangetoond dat kamerverhuur ter plaatse van de hoofdvestiging vanuit ruimtelijke en/of bedrijfseconomische redenen niet mogelijk is;
  3. de kamerverhuur vindt uitsluitend plaats in bedrijfsgebouwen, niet zijnde een plattelandswoning, kampeermiddelen en/of stacaravans;
  4. aangetoond is dat kamerverhuur leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de te realiseren kamers met betrekking tot de woonkwaliteit en de milieu-hygiënische situatie;
  5. de kamerverhuur is uitsluitend bestemd voor werknemers van het op dat perceel gevestigde agrarisch bedrijf;
  6. het aantal te huisvesten personen maximaal 20 bedraagt;
  7. een onderbouwing van de seizoensbehoefte aan werknemers bij het agrarisch bedrijf;
  8. de kamerverhuur heeft een minimum woonoppervlakte van 15m2 GBO per persoon, waarbij eenpersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 5,5 m2 GBO en tweepersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 11 m2 GBO;
  9. de kamerverhuur heeft een aaneengesloten multifunctionele buitenruimte met een minimum oppervlakte van 5 m2 per persoon, deze multifunctionele buitenruimte wordt niet tot de minimum woonoppervlakte genoemd in sub h gerekend;
  10. het parkeren vindt op eigen terrein plaats en de parkeervoorzieningen voldoen qua aantal en maatvoering aan de Nota parkeernormen;
  11. de omgevingsvergunning wordt voor ten hoogte 15 jaar verleend;
  12. na afloop van de omgevingsvergunning worden binnen 2 maanden de gronden en/of bouwwerken in overeenstemming gebracht met het toegestaan gebruik op grond van het omgevingsplan; 
mits geen aantasting plaatsvindt van:
  1. het woon- en leefklimaat ter plaatse van nabijgelegen gronden en bouwwerken;
  2. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bouwwerken;
  3. de milieukundige kwaliteit;
  4. de fysieke veiligheid;
  5. de verkeersveiligheid.
 
Lid 3 Aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 4.1 worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
  1. het adres waar de kamerverhuur is beoogd;
  2. de beoogde duur van de kamerverhuur;
  3. het aantal te huisvesten personen;
  4. een berekening van het GBO per persoon;
  5. een advies van de AAB waaruit de (seizoens-) behoefte aan het aantal benodigde te huisvesten werknemers blijkt;
  6. een onderbouwing van de noodzaak voor kamerverhuur aan personen die werkzaam zijn bij het agrarisch bedrijf, bezien vanuit de bedrijfsvoering;
  7. een onderbouwing van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de verhuurlocatie;
  8. een onderbouwing van het woon- en leefklimaat ter plaatse van nabijgelegen gronden en bouwwerken;
  9. een inrichtingstekening van de gebouwen en het buitenterrein, inclusief de parkeervoorzieningen en de multifunctionele buitenruimte;
  10. een tekening van de inritconstructie;
  11. een onderbouwing die aannemelijk maakt dat de kamerverhuur niet leidt tot verkeers- en parkeerproblemen.
 
3 Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
4 Overgangsrecht
Artikel 6 Overgangsrecht gebruik
 
Lid 1 Algemeen overgangsrecht gebruik
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voorgezet.
 
Lid 2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
 
Lid 3 Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
 
Lid 4 Uitzondering
Lid 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals deze gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.