Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
2.1 AAB
Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.
2.2 Agrarisch bedrijf
Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat:
- maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt;
- mestbewerking en mestverwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.
2.3 Arbeidsmigrant
Een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Horst aan de Maas komt en daar tijdelijk verblijft om arbeid te verrichten en inkomen te verwerven, niet zijnde grooms, stagiaires en/of buitenlandse ruiters bij een paardenhouderij, manage of hippisch centrum.
2.4 Bedrijfsgebouw
Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
2.5 Bedrijfswoning
Een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen.
2.6 Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen, zijnde zijn toegelaten.
2.7 Bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
2.8 Fysieke veiligheid
De bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door fysieke bedreigingen die ontstaan uit (combinaties van) mechanische, chemische, biologische of fysische gevaren.
2.9 Gebruiksvloeroppervlakte (GBO)
De vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen (NEN 2580).
2.10 Hoofdvestiging
Gebouwen en gronden die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de geldende functie van een perceel en gelet op die functie in functioneel opzicht de hoofdvestiging van het bedrijf vormen.
2.11 Kampeermiddel
Tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, en voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
2.12 Multifunctionele buitenruimte
Een multifunctionele buitenruime ingericht voor recreatieve en sociale activiteiten bestemd voor gebruik door bewoners.
2.13 Nevenvestiging
Een vestiging van een bedrijf die functioneel verbonden is met en ondergeschikt is aan een zich op een ander bouwvlak bevindende hoofdvestiging van een bedrijf.
2.14 Nota parkeernormen
De parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld op 3 juli 2019 dan wel, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, de wijziging cq. rechtsopvolger hiervan.
2.15 Plattelandswoning
Een voormalige agrarische bedrijfswoning die wordt bewoond door iemand die geen functionele binding heeft met het agrarisch bedrijf, terwijl het agrarische bedrijf nog (deels) in werking is.
2.16 Seizoensbehoefte
Het gemiddeld aantal arbeidsmigranten binnen de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf tijdens het seizoen, niet zijnde de piekbehoefte.
2.17 Stacaravan
Een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.
2.18 TAM-omgevingsplan
De wijziging van het Omgevingsplan gemeente Horst aan de Maas voor de locatie TAM-omgevingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026, waarmee de geometrische planobjecten met bijbehorende regels en bijlagen met planidentificatienummer NL.IMRO.1507.HMHUISVESARBEIDSMG-BP01 worden ingevoegd in hoofdstuk 22u van het Omgevingsplan gemeente Horst aan de Maas.
2.19 Tijdelijk deel omgevingsplan
Ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen.
2.20 Woonoppervlakte
Het totale oppervlakte aan woonruimte per persoon in de vorm van woonkamers, slaapkamers, keukens en sanitaire ruimtes, niet zijnde gangen en technische ruimtes.